Daar ligt het:
sneeuw. Een dikke witte laag over de stoep, de tuin, de weg. Verschil tussen stoep en
tuin is niet te zien, alles zit onder die witte deken.
Het is dat je
weet dat daar een tuin is, dat daar de stoep ligt, maar anders… pas als de
sneeuw weg is, geeft ze haar ondergrond bloot.
De sneeuw
inspireerde mij tot de vraag: wat is mijn sneeuw? Wat bedekt mij,
waar raak ik onder bedolven? Wat neemt mij zo in beslag dat ik niet meer
zichtbaar ben? Is dat pijn, ongemak, zorgen? Is dat het piekeren wat mijn
denkhoofd goed kan? Zijn dat mensen of dieren die mij aan de kant duwen? Maak
ik dingen te groot, en daarmee mijzelf te klein? Verstop ik mijzelf? Ben ik
kritisch naar mijzelf? Mag ik er zijn, ook van mijzelf, met alles hoe ik ben?
Wat zit er
onder de sneeuw? Wie zit daaronder? Wie ben ik? Wie ben ik, ook als ik bedekt
ben met die sneeuw? Af en toe piep ik boven de sneeuw uit, als de eerste stengels
van een bloembol. Soms graaf ik een uitgang, een tunneltje om boven de sneeuw
uit te komen. Maar dan gaat het weer sneeuwen en kan ik weer van voren af aan
beginnen.
Vandaag had ik het
met iemand over vragen die aan sporters worden gesteld na een wedstrijd. Verslaggevers
zoeken vaak sensatie en/of stellen kritische vragen. Waarom reed je niet zo
hard als vorige week? Hoe kan het dat je niet gewonnen hebt? Het moet hoger, harder,
beter. Overal een verklaring voor.
Zo kritisch als
interviewers kunnen zijn, zo kritisch kan ik ook naar mezelf zijn. Dat is een
verdraaid lastige stem. Kan je waarnemen zonder oordelen, vroeg ze aan mij. En
dan hadden we het niet over anderen, maar over mijzelf. Kan ik mijzelf waarnemen
zonder oordeel? Laat ik eerst maar eens gaan waarnemen, was mijn antwoord. Zien,
horen, voelen, opmerken wat er gebeurt, wat het met mij doet.
Als ik die
sporter mocht interviewen, wat zou ik dan vragen? Dat was de volgende vraag
voor mij. Stel dat die sporter een tijd uit de running is geweest en vandaag er
voor het eerst weer bij is. Dan zou ik zeggen: je bent er een tijd uit geweest,
hoe is dit vandaag voor je? Erkennen wat is. Vragen naar de mens. Niet naar de prestaties.
Als ik mezelf
bevraag, als ik naar mijzelf kijk, kan ik dan de kritische, negatief geladen
vragen veranderen in positieve, opbouwende vragen? In vragen zonder oordeel? De
interviewer hoeft niet iemand anders te worden. De interviewer mag andere
vragen gaan stellen. Dat zal vast gaan met vallen en opstaan. De kritische stem
zal de opbouwende stem heus nog wel eens overstemmen. Het gaat er niet om wie
het hardste roept. Het gaat erom of ik kan, durf luisteren. Luisteren naar de vraag.
Naar de stilte. Naar de antwoorden. Naar het soms ook niet-weten. Erbij
blijven.
Dan smelt langzaam de sneeuw. Dan heb ik bodem. En al ligt er sneeuw bovenop mij, ik word gedragen. In de armen van de Eeuwige God ben ik veilig. Hij ziet mij, ook door alle sneeuw heen. Hij zelf beschermt mij, dat ik er niet aan ten onder ga. Bij Hem mag ik zijn wie ik ben. Met al mijn sneeuw en al mijn tevoorschijn komen.
***********************************************************************************
Als je toe bent
aan wat plaatjes: hieronder een aantal foto’s van de sneeuw van de afgelopen
week. Ja ik weet het, er zijn al zoveel foto’s voorbij gekomen van zoveel
mensen. Dit was mijn blik. #Door de ogen van Jeanet





Geen opmerkingen:
Een reactie posten
Wil je reageren? Leuk! Laat hier een reactie achter of stuur een email naar: doordeogenvanjeanet@gmail.com