één vlam
heel in de verte
verder is alles
donker
Heel eerlijk? Liever rijd ik 100 op de snelweg in plaats van 130. Stel dat de omstandigheden om te rijden ideaal zijn: het is licht, het is droog, de zon hindert niet. Dan nog rijd ik liever 100. Het snelheidsverschil met bijvoorbeeld vrachtauto’s en campers is niet al te groot. Ik nader ze rustiger en heb tijd en mogelijkheid om ze in te halen zonder dat ik voor mijn gevoel in een split second moet beslissen. Die split second is niet zo, en je moet ook vooruitkijken enzo, maar dan nog. Voor mij rijdt het rustiger.
Ik was denk ik 18 of 19 jaar toen ik
begon met autorijles. Waar dat voor veel mensen en jongeren vanzelfsprekend is,
was het dat voor mij niet. Ik kan geen snelheden en afstanden inschatten. Steek
ik op mijn fiets de weg over? Het was wel eens krap, die auto was toch
dichterbij of reed toch harder dan ik dacht. Daarom: liever wachten. Dat sta ik
daar wel eens en merk dat ik toch al wel had kunnen oversteken. Kan ik dan wel
veilig auto leren rijden? Is het vertrouwd - voor mijzelf en voor anderen - dat
ik de weg op ga? Het CBR was erbij betrokken. Na een aantal lessen gevolgd te
hebben in een schakelauto, kwam hun advies: rijd eens een les in een automaat.
Hoef je niet schakelen, heb je meer tijd om te kijken.
Zo gezegd, zo gedaan. Ik weet het nóg:
de opluchting, de rust. Dít is het, dit zie ik mijzelf wel doen. Ik heb tig
lessen gevolgd en mijn rijbewijs gehaald. Een auto gekocht. En wat ben ik er
blij mee. Ik kan zelf van A naar B naar C. Niet afhankelijk van het openbaar
vervoer (hallo platteland, hallo dorp). “Je geeft gas en je rijdt” zeg ik wel
eens over mijn bolide. Wat een uitkomst.
Laatst was ik aan de wandel. Een korte
route. Niet de mooiste maar even de deur uit. Mijn gedachten laten gaan. Na een
volle en drukke week mijn volle hoofd hopelijk wat leger lopen. Mijn vermoeide
en zere lichaam wat ontspannen.
Ineens was daar dat beeld: liever 100.
Waarom per sé 130? Waarom mee in de ratrace van overal bij willen zijn, alles
willen doen (en dan nog goed ook …)? Waarom vol gas? Mag het een paar tandjes
minder - van mijzelf dan? Ja, graag minder snel. Liever 100, liever nog 80, 60.
Rustiger aan, om adem te halen.
Ik ga afschalen: werken, eten koken,
veel slapen en 2x per week sporten. Dat is de basis.
Markten, concerten, workshops, hoe
leuk ook: even niet.
Ik wil niet helemaal uit verbinding,
niet op een eiland leven. Ik blijf mensen zien en spreken. Maar even niet te
veel tegelijk, niet te groots.
En verder: focus, 1 ding tegelijk, het
gas wat loslaten, wat bijsturen en wel zelf aan het stuur blijven en blijven
rijden.
Liever 100. Anderen zullen me inhalen.
Er zullen altijd mensen zijn die het anders doen, andere keuzes maken, sneller
rijden. En dat is oké.
Ik mag mijn eigen (rij)baan volgen.
Liever 100, liever vertragen, liever
60, liever léven en líever leven.
Vorige week was ik een midweek op Terschelling. Een mooi eiland vind ik dat. De maand september was voor mij een maand van afsluiten van mijn werk, want ik ga aan een nieuwe baan beginnen, in een andere organisatie. Een maand met veel vrije tijd, en nog kwam ik soms tijd tekort. Een maand van wandelen, er op uit, sociale contacten. Veel zon en het begin van de herfst. En dus nog een midweek naar Terschelling. Want als ik thuis ben, ga ik toch allerlei (huishoudelijke) dingen doen. Nu kon ik heerlijk relaxen.
In dit blog zomaar wat foto's van het verblijf op Terschelling. Eerst had ik nog meer foto's geselecteerd, maar dat wordt te veel voor nu. Dus misschien komt er nog een deel 2 binnenkort.
Aan het begin van de maand een afscheidskadootje bedacht en in elkaar gezet voor collega’s.
En hier dan toch echt de foto’s van Terschelling:
Als ik de foto's zo zie, ben ik nog weer even terug...
Tijd
glijdt
als zand
door mijn vingers
of
het haakt,
raakt,
maakt
me blij:
weer een dag,
maand, jaar erbij.
Zo af en toe laat hij zich al weer zien: de mist. Passend bij de nazomer. Misschien willen we er nog niet aan, want het is nog zomervakantie, maar toch waren er al weer enkele mistige ochtenden.
De mist ‘heeft
iets’, vind ik: de wereld is kleiner, je kunt minder ver voor je uit kijken.
Dingen aan de horizon, zoals windmolens en kerktorens, zijn voor even
verdwenen. Het is windstil. Misschien wil je vertragen, verstillen.
Wat had ik enkele
weken geleden geluk. Ik had een vaartocht geboekt. ’s Morgens heel vroeg. De
enige van die organisatie voor dit jaar. En juist op die morgen was het mistig.
Adembenemend. Sereen, zou ik bijna zeggen.
Om kwart over vijf stapte ik de deur uit en maakte alvast deze foto:
Dit gedicht
schreef ik als vervolg op ‘Uit’.
Want hoe kun je uit staan als je nog veel vast houdt? Misschien wel vast moét
houden? Loslaten kan klinken alsof je iets of iemand als een baksteen laat
vallen. Met het risico op bezeren. Kun je misschien, in plaats van loslaten,
iets doorgeven? Doorgeven aan God? Doorgeven aan een medemens? Die mee helpt
dragen? Je staat niet alleen.
‘Laat het maar
los’
klinkt zo
eenvoudig.
Toch houd je
vast,
staat schouder
aan schouder.
Je hoeft niet proberen
alles wat ‘moet’.
Laat het
gebeuren:
zweet, tranen,
bloed.
De wereld raast
door:
de piepjes, de
bliepjes,
de pingels en
rinkels,
appjes,
berichten, sms,
kijk hier, zie
daar,
het bezorgt je
stress.
De wereld raast
door.
En jij?
Adem in, adem
uit,
stel je haar voor
zonder verwachting,
zonder geluid.
Je hoeft niet
proberen,
laat het maar
gaan.
Het mag je leren
eens uít te staan.